
Ontdek de fascinerende wereld van de Geelbandgrondel, een minder bekende maar intrigerende bewoner van onze aquariums.Het is altijd een plezier om een vissoort te bespreken die niet bij iedereen bekend is. Deze situaties vormen vaak de aanleiding voor een levendig gesprek. Vooral als dit gebeurt tijdens onze eerste vergadering na de tentoonstelling en het initiatief komt van nieuwe leden, dan beseft een club meteen waarom ze bestaan.
Omdat ikzelf maar weinig wist over ‘dit bijtje’, ben ik wat literatuur gaan raadplegen. Het artikel bespreekt het verspreidingsgebied, uiterlijk, geslachtsonderscheid, verzorging en kweek van de Geelbandgrondel. We hopen dat dit artikel nuttige informatie biedt en stimuleert om ‘bijtjes’ te kweken.
Verspreidinsgebied : Sumatra – Borneo – Java : sommige auteurs gewagen zelfs dat ze ook zouden gevonden worden in de rijstvelden en ook in +/-vervuilde kleine wateren.
Uiterlijk :
- – vrijwel cilindrisch vormig lichaam met 2 rugvinnen
- – grondkleur vuilgeel tot fraai goudgeel
- – er zijn steeds 4 donkere dwarsbanden aanwezig
- – de eerste loopt over het middendeel van de kop, de tweede over de voorste rugvin tot de buik, de derde van de tweede rugvin tot vlak achter de aarsvin en de vierde vlak voor de staartvin.
Geslachtsonderscheid :
- – grootte van het vrouwtje ca. 5cm.
- – grootte van het mannetje ca. 4,5 cm.
- – mannetje is levendiger van kleur en slanker.
Verzorging :
- – kunnen gehouden worden in zoetwater maar zijn dan erg gevoelig voor schimmelinfecties.
- – beter te houden in brakwater, samenstelling : 1 theelepel zout op 10 liter vers lijdingswater.
- – aquarium niet te klein, minimum 50cm
- – deze rustige en vreedzame visjes hou je best in een appart aquarium
- – zorgen voor schuilplaatsen : stenen … bloempotje
- – planten: klein crypto’s, deze zijn redelijk bestand tegen het zout.
- – voedsel : nemen alle soorten levend voeder, liefst klein voer
(artemia – bosmiden) - – temperatuur : aan de hoge kant : 23° à 26° C
- – waterstand ca. 25 cm.
- – visjes houden zich meestal langs de bodem op
- – gevoelig voor plotse temperatuur verschillen
Kweek :
- – kweekbakje van +/- 20 liter volstaat, waterstand voor het uitkomen laten zakken naar 10 à 15 cm
- – worden niet gerekend bij de gemakkelijke kweeksoorten
- – bij een geschikt (?) koppel toch wel 100 à 150 eieren.
- – afzetten, in een bloempot of op een steen
- – man bewaakt de eieren, eens de visjes goed rondzwemmen, de man uitscheppen
- – eieren komen uit na ca. 4 à 5 dagen, bij hogere temperatuur, 26° à 28°C, iets sneller
- – daar alle larfjes niet gelijktijdig uitkomen, moeten we blijven voederen met infusie en met klein levend voer.
- – rond de vijfde dag, na het vrij zwemmen, nemen de visjes Artemia. Dit is goed te zien aan hun dikke roze buikjes.
Hopelijk is er hierbij wat nuttige informatie;
En nu maar “BIJTJES” kweken, de “HONING” geraken we wel kwijt bij Magda !
H.M.
Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd en eigendom van de auteur, Hubert Martens. Gebruik, distributie of reproductie zonder toestemming van de auteur en het bestuur van A.H.V Rosaceus is niet toegestaan.